Cases
Longbloeden
In deze casuïstiek wordt longbloeden bij een zesjarig endurance anglo-arabier beschreven. Longbloeden is een aandoening die bij vele type paarden tijdens werk, minstens een maal in hun leven voorkomt. D.m.v. een simpele endoscopisch onderzoek kan men EIHP makkelijk aantonen. De volledige etiopathogenese is nog niet gekend, waardoor het moeilijk wordt om een gerichte behandeling te volgen. Toch weet men dat het voorkomen van SAD bij het paard erg belangrijk is voor de preventie van longbloeden. Hierbij speelt management een belangrijke rol, nl. goed vaccineren, goede ontwormings protocol en huisvesting van het paard.
We konden bij deze merrie, over een periode van 6 maanden, slechts een keer longbloeden aantonen.
Maxillaire Sinusitus
In dit verslag wordt een maxillaire sinusitis beschreven bij een paard. Deze sinusitis was veroorzaakt door een apicale infectie van de voorlaatste linker maxillaire kies (210). De infectie kon ontstaan nadat het laterale deel van de klinische kroon sagittaal was afgebroken. Hierdoor was het pulpakanaal geopend, waardoor pulpitis en vervolgens een apicale infectie kon ontstaan.
Het voedsel kon tot in de top van de tandwortel binnendringen. Secundaire sinusitis ten gevolge van tandproblemen komt veel voor. Door het snel opsporen van de oorzaak, kunnen secundaire problemen vermeden worden en het verbruik van antibiotica verminderen.
Er word voornamelijk nadruk gelegd op de praktische benadering van de diagnose en de nabehandeling, dan wel op de eigenlijke operatie.
Orale extractie kies
In deze casuïstiek wordt een staande, goedkopere, minder invasieve techniek beschreven, voor de extractie van een kies bij een paard.
Niet alle paarden komen in aanmerking voor deze techniek. Elk geval moet apart geëvalueerd worden, nl. de leeftijd, temperament van het dier en toegankelijkheid van de tand spelen een belangrijke rol in het wel of niet uitvoeren van deze staande operatie.
Mits een goede instrumentarium en veel geduld, kan deze techniek makkelijk bij de patiënt thuis worden uitgevoerd.
Peroneus tertius ruptuur
In deze casuïstiek wordt een peroneus tertius ruptuur beschreven bij twee ponies t.h.v. het linker achterbeen. De diagnose van deze aandoening is relatief makkelijk door de zeer typische symptomen. Nl. de tarsus kan in overextensie gebracht worden terwijl het tibio-femoraal gewicht in flexie is. (wat bij een gezond paard niet mogelijk is) Bij de merrie was de oorzaak van dit trauma onbekend, maar bij de hengst was er spraken van een val, met het spronggewricht in extentie, na een mislukte dekpoging. Er werden radiografieën genomen van de sprong en het kniegewricht om avulsie fracturen op te sporen t.h.v. de aanhechtingsplaatsen van de peroneus tertius. In beide gevallen waren er geen radiografische abnormaliteiten te vinden. Na twee weken NSAID’s peroraal en twee maanden stalrust, kon de tarsus al niet meer in overextensie gebracht worden. De revalidatie van de twee patiënten verliep zonder noemenswaardige problemen, na vier maanden werd er lichte arbeid verricht.
Tweelingdracht
In deze case wordt het manueel verwijderen van één vrucht beschreven op 16 dagen na ovulatie, bij een merrie die drachtig is van een tweeling. Het gebruik van transrectale echografie is onontbeerlijk om de diagnose te stellen.
Het risico van abortus is groot, zodat tweelingen niet wenselijk zijn.
Bij de merrie zijn bijna alle tweelingen afkomstig van een dubbele ovulatie. (dizygoten) Een tweede ovulatie wordt niet altijd opgemerkt.
Manueel pletten van een vruchtblaasje voor 30 dagen dracht is zeer succes vol.
Bij bilateraal gefixeerde vruchten is de kans veel kleiner dat ze natuurlijk worden herleid tot een éénling dan unilateraal gefixeerde vruchten. Daarom is het noodzakelijk om zo vroeg mogelijk de diagnose te stellen.
+32 (0)3 666 06 55